
De openbare basisschool "Op d’n Esch" in Eibergen is een gecertificeerde ‘BAS’-school. BAS staat voor: Bouwen aan een Adaptieve School. Ineke Warlé en Ali Siemerink vertellen dat OBS "Op d’n Esch" daar in 2001 mee begonnen is. In eerste instantie voor een betere klassenorganisatie zodat er meer tijd vrij zou komen om de opvang en begeleiding van zorgleerlingen te verbeteren. Men zocht daarvoor contact met het Seminarium voor Orthopedagogiek, onderdeel van de Hogeschool Utrecht, die deze methodiek heeft uitgedacht. Het hele team werd getraind door mensen van het Seminarium, de implementatie van BAS werd op school begeleid en met enige regelmaat is er nog een audit om te kijken of de uitgangspunten van BAS nog steeds goed worden toegepast. Men is ermee begonnen omwille van de leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Het mooie is echter dat BAS twee kanten opwerkt: het systeem komt alle leerlingen ten goede.
Hoe ziet BAS eruit? OBS "Op den Esch" werkt met het jaarklassensysteem. De klas is opgedeeld in een aantal tafelgroepen waarin leerlingen soms samenwerken en soms individueel taken uitvoeren. De tafelgroepen worden samengesteld door de leerkracht. Hierbij wordt gelet op welke kinderen bij elkaar passen en welke niveaus elkaar kunnen versterken (gemengd). De tafelgroepen staan min of meer vast. Deze kunnen in de loop van een schooljaar wel gewijzigd worden. Iedere tafelgroep heeft zijn eigen kast met daarin de spullen die nodig zijn voor de lessen. De kast staat vlak bij de tafelgroep zodat er korte looplijnen zijn en leerlingen elkaar niet of zo weinig mogelijk storen. Alle klassen hebben dezelfde inrichting. Voor in de klas hangen een dag- en een weekplanning, weergegeven met behulp van afbeeldingen (picto’s). Elk onderdeel wordt klassikaal ingeleid door de leerkracht. Leerlingen die deze instructie niet nodig hebben kunnen al vast beginnen met hun taak. Voor de betere en snellere leerlingen is er verdiepings- en uitbreidingsstof aanwezig. Dat kan een onderdeel van de methode zijn, stof die is ontwikkeld op school, Kien of het excellentieprogramma van stichting OPONOA. Na de klassikale instructie gaan de leerlingen aan het werk. De leerkracht loopt een vaste ronde om iedereen op weg te helpen. Leerlingen die nog meer instructie nodig hebben komen aan de instructietafel. Elke leerling heeft een blokje met verschillende kleuren. De kleur geeft aan wat de leerling wil: rustig zelfstandig werken (rood) of overleg met een medeleerling over de stof (groen). De kleur geel betekent dat er een vraag is voor de leerkracht. Na de verlengde instructie loopt de leerkracht weer zijn vaste ronde. Kinderen weten dus wanneer ze aan de beurt komen. Wat meteen opvalt is de rust die in de klassen heerst.
Het BAS-systeem kenmerkt zich door een duidelijke structuur, zowel voor leerlingen, leerkrachten en ouders. De verschillende werkstructuren, werkmethodes worden vastgelegd in protocollen. Dat gebeurt in de aanvangsfase van BAS onder begeleiding, in werkbijeenkomsten met wisselende werkvormen zoals: het uitvoeren van praktijkopdrachten, het maken, uitvoeren en vastleggen van afspraken in documenten en intercollegiaal leren met behulp van video. De protocollen maken de werkwijze geschikt om te evalueren en bij te stellen. Het voordeel is dat nieuwkomers of invallers, om zich in te werken, alleen kennis hoeven te nemen van de protocollen. Het betekent ook dat elke BAS-school zijn eigen systeem eigenlijk invult, alleen de wijze waarop dat gebeurt is uniform. Op dit moment zijn er iets meer dan 500 BAS-scholen.
BAS geeft continuïteit in werken van en tussen leerkrachten. Volgens min of meer vaste werkwijzen en een duidelijke structuur. Daarbij is nagedacht over en opgetekend op welke manieren men welke doelstellingen wil bereiken. Hoe zien interacties in de klas maar ook in het team er bijvoorbeeld uit? De kleuren van de BAS-blokjes geven de leerling in de tafelgroep de mogelijkheid te kiezen welk contact hij gedurende de les wil, maar het geeft ook de leerkracht de mogelijkheid aan te geven welk contact wenselijk is voor een bepaalde activiteit. Er is sprake van zelfstandigheid én samenwerking. Instructies van leerkrachten vinden klassikaal plaats aan het begin van een les en vervolgens (indien nodig) aan ‘de verlengde instructietafel’. Ervaringen en experimenten van leerkrachten in de groep zijn onderwerp van evaluatie en kunnen aanleiding zijn tot het bijstellen van protocollen. De BAS-methodiek is een systeem van kwaliteitszorg.