Het creëren van een omgeving waarin kinderen zich optimaal kunnen ontplooien, met aandacht voor individuele mogelijkheden: dat is de uitdaging van iedere onderwijsgevende! De grote pedagogen, waaronder Maria Montessori, Rudolf Steiner en Peter Pëtersen, hebben op die uitdaging hun methodes ontwikkeld.
De Menno ter Braakschool heeft in het licht van diezelfde uitdaging een eigen manier van werken ontwikkeld. Vooralsnog voornamelijk voor de kleutergroepen, maar met de intentie dat die manier van werken op den duur ook in de andere groepen wordt gehanteerd. Het kind staat daarbij centraal. Leerlingen kiezen zelf voor de activiteiten die zij op een dag willen doen. Zonder dat het tot ‘vrijheid en blijheid leidt’. Het is vrijheid in gebondenheid. De leerkracht houdt altijd de dagelijkse keuzes en ontwikkeling op lange termijn van kinderen in de gaten. En niet alleen, maar in voortdurende samenspraak met andere leerkrachten. In dit systeem komen kinderen met verschillende leerkrachten en kinderen van verschillende leeftijd in aanraking. Maar wel binnen een zorgvuldig geënsceneerde onderwijspraktijk. Hoe ziet dat er uit in de alledaagse werkelijkheid?
Als de kleuter ´s ochtends op school komt begint het de dag in de kerngroep, dat is een vaste groep met een vaste leerkracht. De dag wordt steevast met een kringactiviteit begonnen. In de kerngroep geven leerlingen aan in welk lokaal ze daarna aan het werk gaan, het A-, B-, of C-lokaal, en welke taak ze daar willen uitvoeren. Dat komt op een weekoverzicht te staan, de taakkaart. De leerkracht heeft het in de kerngroep met individuele kinderen over de gemaakte keuze. De drie lokalen waaruit gekozen wordt staan voor drie verschillende onderwijsdomeinen, namelijk: het rollenspel en motoriek (A), het rekenen en construeren (B) en taal en communicatie (C). Elk lokaal is speciaal voor dat domein ingericht. Het aanbod aan werkvormen is divers. In lokaal A ontwikkelen leerlingen hun (fijn)motoriek. Bijvoorbeeld met rollenspelen, kleuren, knippen, plakken, vouwen en verven. In groep-B kiezen leerlingen uit taken en werkvormen die gericht zijn op constructie, techniek of rekenen, bijvoorbeeld in hun werkboek of in de bouwhoek. In groep-C kan taal betekenen dat de letters, het lezen of communiceren wordt geoefend. In alle gevallen wordt, afhankelijk van de gekozen taak, meer individueel of in groepjes gewerkt. Elke dag heeft drie kiesmomenten. De qua samenstelling vaste kern- en steeds anders samengestelde kiesgroepen wisselen elkaar dus drie keer op een dag af. De kleuters werken met en door elkaar in een lokaal. Nu is er op twee momenten per week de mogelijkheid het groep 3 lokaal en de leerlingen van groep 3 te betrekken bij de kiesmomenten.
Deze methode heeft volgens het Menno-team het voordeel dat leerlingen een eigen verantwoordelijkheid wordt gegeven en daardoor tegemoet kunnen komen aan ontwikkeling en onderwijsbehoeften. Daarbij leren ze samenwerken met kinderen van verschillende leeftijden. Een ander doel is dat leerkrachten, afhankelijk van voor welke van de drie groepen ze staan, hun specialisme kunnen inzetten. Deze werkwijze betekent meteen dat meerdere leerkrachten iets over de ontwikkeling van een leerling kunnen zeggen. Om vorderingen van leerlingen kritisch te kunnen volgen is veelvuldig onderling overleg noodzakelijk. De dagelijkse taakkeuzes van leerlingen houden de leerlingen zelf bij door dit af te tekenen op de taakkaart, maar de leerkrachten noteren dit ook. Individuele keuzes betekenen dat leerlingen zich in een eigen tempo kunnen ontwikkelen. En dat leerlingen leren plannen en keuzes maken. Het blijft natuurlijk de verantwoordelijkheid van de leerkracht dat kinderen voldoende uitdaging zoeken en gespreid over de verschillende ontwikkelingsdomeinen hun taken kiezen.
Ook in de groepen drie tot en met acht is inmiddels het groepsdoorbrekend werken op de Menno volop in ontwikkeling. In deze groepen worden stappen gezet richting groepsdoorbrekend werken, zowel met de basisvakken als ook tijdens creatieve vakken en projecten. Dit is onder andere te zien aan de werkstukken die door de school te zien zijn . De Menno vindt deze slogan dan ook goed bij haar manier van werken passen: Als ieder kind dezelfde kip moet maken, kan het zijn ei niet kwijt.